Investeringsregelingen

Slim investeren? Maak gebruik van een investeringsregeling

Met een van de investeringsregelingen kun je een deel van een investering extra aftrekken van de winst in dat jaar. Zo vermindert je winst en betaal je minder winst- of vennootschapsbelasting. Daarnaast mag je de investering gewoon over een x aantal jaren afschrijven. Cadeautje van de overheid 🙂

In één keer afschrijven

Als alternatief kun je de uitgave voor het aanschaffen van een bedrijfsmiddel volledig als kosten in dat jaar opvoeren. Je vermindert dan de winst in dat ene jaar met een groter bedrag dan dat je het afschrijft over meerdere jaren. Je maakt dan dus geen gebruik van een aftrekregeling. In de jaren erna heb je dan dus geen afschrijving meer en betaal je dus meer inkomsten- of winstbelasting.

Een voorbeeld

Je koopt voor jouw bedrijf een paar computers. De kosten zijn € 3000. Die € 3000 kun je volledig in mindering brengen op de winst van dat jaar.

Doe je dat niet, dan schrijf je de aanschaf af in bijvoorbeeld drie jaar en breng je die jaren achter elkaar € 1000 in mindering op jouw winst. Als je gebruik kunt maken van een aftrekregeling, komt die daar nog bovenop.

Welke regelingen zijn er

Schaf je als ondernemer bedrijfsmiddelen aan, dan kom je in aanmerking voor een investeringsaftrekregeling. We hebben het dan over zaken als gereedschappen, machines, bedrijfsauto’s, computers en kantoormeubelen. Ook zijn er regelingen voor als je investeert in energiebesparende bedrijfsmiddelen of in milieu-investeringen.

In dit artikel beschrijven we drie investeringsaftrekregelingen:

  1. de kleinschaligheids-investeringsaftrek (KIA)
  2. de milieu-investeringsaftrek (MIA) en VAMIL
  3. de energie-investeringsaftrek (EIA)

 

Aanschafkosten

De aanschafkosten van een bedrijfsmiddel liggen meestal hoger dan de prijs die voor het bedrijfsmiddel is betaald. Je mag namelijk ook eventuele aankoopkosten meenemen, bijvoorbeeld de kosten van een notaris bij aanschaf van een onroerend goed. Ook installatiekosten en kosten die je maakt om een en ander bedrijfsklaar te maken, kun je meenemen als aanschafkosten.

 

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Deze regeling geldt specifiek voor het aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Dus geen personenauto’s (tenzij bestemd voor beroepsvervoer), vaartuigen voor representatieve doeleinden, grond, woonhuizen of effecten. Meer informatie vind je op de site van de Belastingdienst.

In 2018 en 2019 geldt er een minimumbedrag per bedrijfsmiddel van € 450. Bedrijfsmiddelen die minder kosten, komen niet in aanmerking. Alle aangeschafte bedrijfsmiddelen boven € 450 tel je in een boekjaar bij elkaar op. Vervolgens kijk je wat je extra mag aftrekken van jouw winst.

Tabel kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2018

InvesteringKleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
vantot
€ 0€ 2301€ 0
€ 2301€ 56.64228% van het investeringsbedrag
€ 56.642€ 104.891€ 15.863
€ 104.891€ 314.673€ 15.863 verminderd met 7,56% van het deel van het investeringsbedrag boven € 104.891
  € 314.673€ 0

 

Tabel kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2019

InvesteringKleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
vantot
€ 0€ 2301€ 0
€ 2301€ 57.32128% van het investeringsbedrag
€ 57.322€ 106.150€ 16.051
€ 106.150€ 318.449€ 16.051 verminderd met 7,56% van het deel van het investeringsbedrag boven € 106.150
  € 318.449€ 0

Samenwerkingsverbanden

Als je in een samenwerkingsverband werkzaam bent, bijvoorbeeld een vennootschap onder firma (VOF) of maatschap, dan moet je alle investeringen van het samenwerkingsverband bij elkaar optellen. Met die totaalsom aan investeringen bekijk je vervolgens in de tabel (zie boven) hoeveel aftrek je in totaal mag genieten. Die totale aftrek mag je vervolgens weer verdelen over de samenwerkingspartners. Dat mag op basis van ieders deel in de (over)winst of een andere verdeling, maar dan gelden weer aanscherpende voorwaarden als:

  • Alle vennoten verdelen volgens hetzelfde criterium
  • De verdeling vindt plaats op redelijke basis, bijvoorbeeld op aandelen in de winst, ieder een gelijk deel, aandeel in stille reserves of kapitaalsverhouding
  • De verdeling geldt voor alle vormen van investeringsaftrek

 

Je ziet het, het is een complexe regeling met veel regels en voorwaarden. En omdat het moment van aanschaf of aangaan van de koopverplichting telt, kan het veel uitmaken of je een investering nog in november of december doet of deze uitstelt tot januari. Als je het een beetje slim aanpakt, kun je hier veel geld verdienen.

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

De milieu-investeringsaftrek moet het aantrekkelijker maken om milieu-investeringen te doen. Jouw voordeel kan met de MIA-regeling oplopen tot 36% (2018, 2019) van het investeringsbedrag. Het precieze percentage is afhankelijk van de milieu-effecten en de gangbaarheid van het bedrijfsmiddel. De 36% komt boven op de gebruikelijke investeringsaftrek. Het minimumbedrag per bedrijfsmiddel is een stuk hoger dan bij de KIA en bedraagt € 2.500 (2018 en 2019).

In een aantal gevallen is de regeling beperkt tot een percentage of geldt de regeling alleen voor MIA en niet voor VAMIL of andersom. Dit wordt in de milieulijst aangegeven met de letters A t/m G.

Toevoeging van de letter A betekent dat slechts 27% van het investeringsbedrag in aanmerking komt voor de MIA en de VAMIL. De letter C betekent dat de VAMIL alleen mag worden toegepast op de afschrijving van dat bedrijfsmiddel.

De bedrijfsmiddelen die jij onder deze regeling wilt laten vallen, moeten voorkomen op de lijst met erkende milieu-investeringen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Financiën. Je kunt dit terugvinden op de website van het RVO.

Op deze milieu-lijst staan circa 280 bedrijfsmiddelen die minder milieubelastend zijn en vaak daarin nog verder gaan dan de wet voorschrijft. Die bedrijfsmiddelen worden beschreven met een titel, de bestemming en de onderdelen waaruit het bedrijfsmiddel bestaat. Ook het doel van het middel wordt vermeld en de eisen waaraan het bedrijfsmiddel moet voldoen voor de MIA/VAMIL regeling. Er is een uitgebreide zoekfunctie.

Meer informatie en de overige voorwaarden over de MIA/VAMIL-regelingen vind je hier.

De minister van Financiën kan de regeling beperken of buiten werking stellen als het budget (99 miljoen in 2018) dreigt te worden overschreden. Een eventuele sluiting wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Investeringen die vóór die datum zijn gedaan tellen nog mee. Meld je daarna nog iets aan, dan heb je pech.

Heb je een bedrijfsmiddel aangeschaft dat je onder de milieu-investeringsaftrek wilt laten vallen, dan kun je datzelfde bedrijfsmiddel niet ook onder de energie-investeringsaftrek laten vallen.

VAMIL-regeling

De VAMIL-regeling geeft je de mogelijkheid om een investering in milieu-bedrijfsmiddelen willekeurig af te schrijven. Die willekeurige afschrijving is wel beperkt tot 75% (2018, 2019). Door sneller af te schrijven verminder je de fiscale winst en betaal je minder belasting.

De regeling staat open voor iedere ondernemer die in Nederland inkomsten- of vennootschapsbelasting betaalt. VAMIL wordt vaak gecombineerd met de MIA-regeling. De lijst van bedrijfsmiddelen die voor de MIA geldt, gebruik je ook voor VAMIL.

Ook hier zijn er voorwaarden:

  • Het bedrijfsmiddel moet op de milieulijst voorkomen.
  • Het bedrijfsmiddel is niet eerder gebruikt
  • De investering moet gericht zijn op de aanschafkosten van het bedrijfsmiddel of op de kosten van het zelf maken van het bedrijfsmiddel (voorbrengingskosten)
  • Je moet kiezen tussen energie-investeringsaftrek of milieu-investeringsaftrek, beide mag niet

 

Hoe vraag je de VAMIL-regeling aan?

Als je gebruik wilt maken van MIA en/of VAMIL, doe dan binnen 3 maanden na het aangaan van de investeringsverplichting een melding bij de Rijksdienst voor Ondernemers. Het tekenen van een koopovereenkomst is een voorbeeld van het aangaan van de verplichting.

Als het bedrijfsmiddel niet is gekocht, maar zelf gemaakt (voortgebracht), dan moet de investering worden gemeld binnen 3 maanden na het verstrijken van het kwartaal waarin de kosten zijn gemaakt. Deze voortbrengingskosten kunnen bestaan uit materialen, kosten eigen personeel en werkzaamheden die derden uitvoeren.

Is er sprake van een Fiscale Eenheid (FE), dan kan alleen de moedermaatschappij de investering melden, ook als deze door de dochter is aangegaan. Ook als er sprake is van financial lease kun je een MIA/VAMIL-aanvraag doen. Bij operational lease kan alleen de leasemaatschappij dit aanvragen.

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Alle ondernemers die inkomsten- of vennootschapsbelasting betalen, komen voor deze regeling in aanmerking.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet je in ieder geval aan de volgende punten voldoen:

  • Minimumbedrag per bedrijfsmiddel is € 2.500
  • Het bedrijfsmiddel is niet eerder gebruikt
  • Het bedrijfsmiddel staat op de energielijst van het RVO
  • Dubbele aftrek i.c.m. MIA is niet toegestaan

 

De regeling komt boven op de gebruikelijke afschrijving van het bedrijfsmiddel.

Het percentage dat je van de winst mag aftrekken is:

BoekjaarPercentage
201541,5%
201658,0%
201755,0%
201854,5%
201945,0%

 

Hoe vraag je de energie-investeringsaftrek aan?

Maak binnen 3 maanden na de investering een melding bij het RVO.

Je ontvangt dan een ontvangstbevestiging die je bij de boekhouding moet bewaren. Bij de aangifte van dat boekjaar geef je de energie-investeringsaftrek op. De Belastingdienst neemt uiteindelijk de beslissing over jouw aangifte. Zij kunnen daarbij de RVO om een advies vragen.

Energielijst

De energielijst van het RVO omvat zo’n 150 bedrijfsmiddelen die zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:

  • Bedrijfsgebouwen
  • Processen
  • Transportmiddelen
  • Duurzame energie
  • Energiebalancering
  • Energie- en maatwerkadviezen

 

Per bedrijfsmiddel of investering wordt een omschrijving vermeld die bestaat uit een titel, de bestemming van het bedrijfsmiddel en de onderdelen waar het bedrijfsmiddel uit bestaat.

Ieder jaar wordt de lijst aangepast. Er komen bedrijfsmiddelen bij, maar er gaan er ook af. Het is dus verstandig om ieder jaar deze lijst te raadplegen.

Aftrek op LED-verlichting

Een mooi voorbeeld hiervan is het beleid ten aanzien van LED-verlichting en -armaturen. In 2018 en 2019 worden alleen nog maar de meest energiezuinige systemen ondersteund door de EIA. Per bedrijfsmiddel kan er een aparte formule van toepassing zijn.

Bijvoorbeeld: Per 1000 lumen wordt in 2018 en 2019 € 25 beschikbaar gesteld om jouw aftrek te berekenen.

Hoe bereken je jouw aftrek

Stel, je koopt 100 LEd-armaturen van 5000 lumen per armatuur. De regeling is als volgt: eerst reken je uit wat het bedrag is over het totaal aantal lumen: 100 maal 5000 = 500.000 lumen. Per 1000 lumen mag je 25 euro aftrekken. In dit geval is dat dus € 12.500.  Als de aanschafwaarde hoger is dan dit bedrag, dan mag je dit bedrag € 12.500 als aftrek nemen. Is de aanschafwaarde kleiner dan is € 12.500, dan neem je de aanschafwaarde als aftrek.

Voor LED-buizen gelden weer andere bedragen en dat is ook zo voor besparingssystemen voor verlichting.

Op de website van het RVO zijn een aantal rekenvoorbeelden uitgewerkt. Daar vind je ook een calculator voor het berekenen van het meldingsbedrag voor LED-aanvragen.

Een belangrijke voorwaarde is dus dat het bedrijfsmiddel is benoemd op de energielijst van het RVO. Het is echter ook mogelijk om een aanvraag te doen voor een maatwerkinvestering die niet op de energielijst voorkomt. Deze meld je dan met een generieke code. Deze investeringen moeten een forse energiebesparing opleveren wil men aftrek toestaan. Ook de kosten van een advies inzake energie(besparingen) kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor de aftrekregeling.

Beperkt budget

De minister van Financiën kan de regeling beperken of buiten werking stellen als het budget (147 miljoen in 2018 en in 2019) dreigt te worden overschreden. Een eventuele sluiting wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Investeringen die vóór die datum zijn gedaan tellen nog mee. Daarna heb je pech.

Meer informatie over de energie-investeringsaftrekregeling vind je hier.

EIA en investeringssubsidie duurzame energie

Naast de EIA is er ook een regeling investeringssubsidie duurzame energie. Dit kunnen bedrijfsmiddelen omvatten die ook op de energielijst voorkomen. Het is helaas niet mogelijk om een dergelijk bedrijfsmiddel voor beide regelingen in aanmerking te laten komen. Je zal een keuze moeten maken welke regeling voor jou het beste uitkomt.

Algemene voorwaarden

Alle regelingen hebben specifieke voorwaarden en enkele algemene voorwaarden.

De overheid hanteert de volgende definitie van ‘investeren’:

“Het aangaan van een verplichting ter zake van de aanschaf of verbetering van een bedrijfsmiddel, of het maken van kosten om een bedrijfsmiddel voort te brengen (te maken).”

Desinvestering

Zodra je de bedrijfsmiddelen waarvoor je in de daarvoor liggende jaren een investeringsaftrek hebt genoten, verkoopt of schenkt, kan het zijn dat je een deel van het voordeel terug moet geven. Dat heet de zogenaamde desinvesteringsbijtelling.

Het is dus raadzaam om voor deze en andere aftrekregelingen goed geadviseerd te worden wat en wanneer je iets koopt of wanneer je de verplichting tot koop aangaat. Er zijn veel regeltjes die gevolgd moeten worden. Vraag anders een van onze Masters om te helpen. Het kan je veel belasting besparen.

Heb je nog vragen? Neem dan contact op met een van onze specialisten.

 

Meer weten over “Slim investeren? Maak gebruik van een investeringsregeling”?

Neem direct contact op

Voeg een reactie toe

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van interessant nieuws en branche-ontwikkelingen.
Bedankt voor het aanmelden! Je moet alleen nog even je e-mailadres bevestigen. Controleer je e-mail en volg de instructies.
Je e-mailadres wordt nooit gedeeld met derden.
Weet je zeker dat je niet op de hoogte wil blijven?
×
×
WordPress Popup Plugin